WFHermans

Lieve AnneKransje,

We zijn in Groningen, stap maar in. Vandaag ben ik die taxichauffeur met een knobbeltje voor het onthouden van straatnamen, vooral de wat buitenissige.
We rijden door de Oude Kijk in ‘t Jatstraat, en passeren de Uurwerkersgang. Als ik in dit onbeduidende steegje ben moet ik altijd denken aan een gedicht van Rutger Kopland.

In Groningen

Je bent in Groningen, maar hier
ben je dat niet, dit is een onbekende
plek, dit is een gedicht in
deze stad.
Waarin je al die jaren kwam en
ging, door altijd zon, altijd regen,
altijd wind, totdat je hier
stond, en dit las.

Je kwam en gaat weer weg, ook nu.
Zo zal het blijven tussen ons, ik ben
een onbekende plek

We rijden verder en slaan af naar de Grote Kromme Elleboog. Via de Turftorenstraat komen we uit op de Hooge der A. Dan over de A-brug naar de Westerhaven, Verlengde Visserstraat en de Visserbrug naar de Noorderhaven. Anne, kun je het een beetje bijhouden?
Over de Noorderhaven rijdend passeren we de Vijfde Drift en de Vierde Drift.
De Noorderhaven gaat over in het Lopende Diep en hier stoppen we even. We hebben uitzicht op het huis waar W.F. Hermans ooit woonde, op de hoek van Spilsluizen en Ossenmarkt.

Een paar maanden terug kreeg ik een boek cadeau. Koningin Eenoog, met foto’s gemaakt door Hermans. Hij blijkt niet alleen literator, maar ook begenadigd fotograficus.
In de inleiding beschrijft hij de camera als een koningin met slechts een oog.

Koningin Eenoog is de muze van de fotografie.
Eigenaardig is niet alleen dat zij maar een oog bezit.
Ze houdt het bovendien het grootste deel van haar leven gesloten.
Niet voor niets heet het mekaniek dat haar het oog doet opslaan, de sluiter, in plaats van de opener, wat je verwachten zou.
Dit Doornroosje opent haar oog gewoonlijk niet langer dan een fractie van een seconde. Soms maar een duizendste of een tweeduizendste. En dan slaapt ze weer in. Maar wat ze gezien heeft, vergeet ze nooit.

Hoe mooi is het een camera zo te beschrijven. Ik dacht dat jaloezie niet een van mijn eigenschappen was, maar Hermans heeft iets in mij wakker gemaakt.

Ons ritje zit er bijna op. We rijden verder over het Lopende Diep en Turfsingel, en parkeren in de buurt van Kattenhage. De kostenteller staat op nul, je begrijpt dat dit een gratis ritje is.

Wil je met me dineren in de Prinsenhof? Prima restaurant met redelijke prijzen. Na afloop buiken we uit in de Prinsentuin waar ik je nog vertel dat Hermans een enorme recalcitrante lastpak was, een ruziezoeker met querulantenwaan, of om het in moderne termen te gieten: een enorme eikel. Maar wel een eikel waar mooie dingen uit zijn voortgekomen.

Met literaire groet,

MosjeEenOog

volgende
vorige

Over MOSje.iS

MOSje.iS van alles wat en zelfs dat niet helemaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*