Notre-Dame

Lieve Mosje,

Ik had een andere brief op de plank, maar de Notre-Dame brandde vannacht. En zij heeft voorrang.

Ze is gered, Onze Dame, maar hoe mank blijft ze achter? Hoe beschadigd, verzwolgen, verzwakt? Het vuur lustte haar wel, het vuur was lustig. Vrolijk, maar ook geil, dat vuur, verslindend. Wat wil je ook, zo’n prachtige oude dame, met hout dat zo ontzettend lang geleden in oerbossen stond. Sommige balken waren afkomstig van bomen uit de achtste eeuw.

De Notre-Dame deed ik aan tijdens mijn allereerste keer in Parijs. Ik was zestien, het was mei, en het was mijn examenjaar. We deden alle toeristendingen. Dus we deden ook haar. Samen met honderden andere bezoekers. Ik weet nog dat ik toen al vond dat die enorme ruimte binnen…overweldigd werd door al dat volk. Ja, waar ik zelf ook een friemeltje van was.

Je had het in je vorige brief over je ambivalente houding ten opzichte van musea, maar hoort de Notre-Dame daarbij? Het gaat bij een museum eigenlijk altijd om de inhoud, en in mindere mate om de architectonische huid die de organen een behuizing biedt. Maar de Notre-Dame is museum en inhoud ineen, haar innerlijk zit van binnenuit en van buitenaf samengedrukt in haar huid, die prachtige kathedraal.

Maar nu niet meer. Arme kerk. Arme stad. Arme mensen. Ik treur met iedereen mee.

Verdrietige groeten, Anne

volgende
vorige

Over Anne Tjula

Chaotisch geordend. Met milde....nou ja vooruit, stevige nadruk op chaotisch.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.