Moedervlek

Het is bijna middernacht. Ik wandel door de stad en zing “Want mijn herder is de Heer”. Niet omdat ik gelovig ben, maar omdat ik over deze psalmzang kort geleden een verhaaltje schreef. Sindsdien zit de melodie in mijn hoofd en wil er niet meer uit. Ik laat mijn gezang niet tegen de huizen galmen. Voor je het weet belt iemand de politie en meldt dat er een verwarde man door de straten zwerft.

Het verhaaltje gaat over psalm 23 en Den Ottolander, mijn leraar Nederlands op de middelbare school. Hij was ronduit een kwelduivel bij het rede- en taalkundig ontleden van religieuze teksten.
Den Ottolander (ik noemde hem stiekem Otter) vond de school een mooi instituut, maar leerlingen een lastige bijzaak. Jullie zijn langharig werkschuw tuig, zo liet hij regelmatig weten. Daarbij keek hij altijd in de richting van mijn klasgenoot Michel, die haar tot over zijn oren droeg. Otter heeft hem een keer verordonneerd naar de kapper te gaan. Toen Michel zei dat zijn ouders daar geen geld voor hadden, trok Otter zijn portemonnee en gaf vijf gulden.

Otter had een klein lichamelijk gebrek. Een grote donkerbruine moedervlek op zijn rechterpols. Precies uit die vlek stak een lange zwarte haar. Otter zat er voortdurend aan te trekken. Niet al te hard, hij vond dat gepluk wel prettig.
Ik was de Otterhaar bijna vergeten, maar niet zo gek lang geleden ontdekte ik een klein zwart haartje in een moedervlek op mijn linkerarm.

Koffiepraatje
Hangop

Over MOSje.iS

MOSje.iS van alles wat en zelfs dat niet helemaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*