Hooftstraat

Zo kwam ik voor het eerst in Amsterdam. Als mijn ouders chic wilden doen, gingen we met z’n allen naar de Kalverstraat, de duurste straat in het monopolyspel. We bekeken alle etalages en werkten zo de hele route af, van de Dam tot het Muntplein en vice versa. Soms zelfs twee keer, stel je voor dat we iets zouden missen.

Tegenwoordig zijn er geen chique winkelstraten meer. Sommigen zouden zeggen de P.C. Hooft. Maar deze lijkt op de bergen die ik beklim. De weg naar de top is lang. Eenmaal daar aangeland moet je als de wiedeweerga naar beneden. Voor je het weet raak je onderkoeld en bevriezen de toppen van vingers en tenen.

Het wachten is op een kind dat in de mondaine Hooftstraat naar de etalages gluurt en zegt dat er de nieuwe kleren van de keizer hangen, helemaal niets dus.
Als dat zou gebeuren staan er plotsklaps veel bekende Nederlanders in hun blootje. Ik kan er haast niet op wachten.

Bij het monopolyspel heb ik nooit mijn kleren verloren. Ik aasde niet op de duurste straten, maar op de Dorpstraat in Ons Dorp, lekker goedkoop. Ik bouwde er nooit een hotel, een paar groene huisjes waren voldoende. Een dorp is een dorp en moet geen stadse fratsen vertonen.

Engelman
Congé

Over MOSje.iS

MOSje.iS van alles wat en zelfs dat niet helemaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*