Halverik

Lieve Mosje,

Geregeld splits ik mijzelf op in lezer en schrijver. Aan mezelf schrijf ik een tekst, lees die dan terug, en kom tot de verheugende conclusie dat ik niet alleen ben. Ik ben er óók.

Ik wil maar zeggen: we begrijpen elkaar, jij en jouw twee zelven, en ik en de mijne. Samen zijn we vier dus. Eigenlijk zit daar geen grens aan. Hoeveel zelven wij tot leven schrijven, denken of doen, is aan ons. Een soort Meervoudige Persoonlijkheidsstoornis, zonder de stoornis dan. Gewoon meer ikken. Die elkaar ook allemaal kennen, en erkennen. Elkaar het licht in de ogen gunnen.

Omgaan met veel verschillende mensen is ook een manier om meer ikken tot leven te wekken. Bij tante Toos ben ik een heel andere vrouw dan bij neef Martijn. Want tante Toos woont in een rijtjeshuis in Tietjerksteradeel en neef Martijn is mijn buurman in Amsterdam. Bij tante Toos ben ik het knusse Zuidlimburgse provinciaaltje, want daar kan ze wat mee, maar wat ik meer ben, mijn losbandige grote-stads-fratsen, verberg ik onder een oversized overgooier en een wollen maillot, die ik speciaal voor de gelegenheid aantrek als ik naar het noorden reis. Neef Martijn daarentegen kent juist mijn pikanterieën, hoewel het zeer de vraag is of de zijne de mijne niet doen verbleken. Hm. Nu besef ik dat ik mezelf vaak naar andermens’ verwachtingen plooi: ik matig mijn gekte als ik tante Toos opzoek, en ik tuig juist mijn truttigheid af als ik aan de rol ga met neef Martijn. Ik aarzel mezelf een laf midden in.

Andere conclusie dus. Niet zozeer wek ik meerdere ikken tot leven in het omgaan met andere mensen, nee, ik snijd juist stukken van mezelf weg. Ik maak geen nieuwe ikken, ik vermaak mezelf tot telkens een nieuwe halverik.

Mosje, ik ben een tikkie somber nu ik dat weet. Mijn ego voelt zich sneu bij het vooruitzicht van het feestje waar ik vanmiddag heen ga. Dat er zoveel moet worden gesneden in mijn ik, dat er bijna niks overblijft, dat doet nu al pijn.

Maar kop op. Misschien kom ik wel een andere halverik tegen.

Fijne zondag Mosje.

volgende
vorige
Anne Tjula

Over Anne Tjula

Anne Tjula is in een briefwisseling met MOSje.iS. Die wisseling is spannend, onderhoudend, met een knipoog, serieus, en soms ironisch. En geschreven om De Brief in ere te houden.

4 Replies to “Halverik”

  1. Ohh wat een heerlijk begin van de zondagochtend lieve halverik, lichterik, bangerik, stouterik en nachterik en wat voor ikken jij allemaal in jou hebt huizen. Ik zie ze en waardeer ze en hou van ze….ze zijn Anne! Weemoed naar stukjes Ikken, ik denk dat iedereen dat soms wel heeft….niet in elke situatie kan ik ook alle in mij huizende ikken laten zien. ik denk dat het ook niet erg is als je maar niet teveel hoeft weg te snijden … gisteren ging ook naar een verjaardag van een collega, waarbij ik me dacht te moeten aanpassen … ik ken haar niet zo goed .. maar ze woont tijdelijk ergens op een gekke plek op een huisjespark in Nunspeet vlakbij het Veluwe meer. Eerder die dag had ik al een lonkend aan de rand van een vennetje gezeten waar ik niet in mocht de braverik en natuurliefhebber weerhielden mij van stoutmoedigheden. En je raadt het al het Veluwemeer met alleen maar een bordje zwemmen op eigen risico…. tja dat durf ik wel. Hier moest ik in en onvoorbereid als ik was geen badpak of ander zwemkledij… het pootje baden was niet genoeg. Ik de stouterikschoenen aan en vroeg mijn collega een handdoek en of ze misschien iets had.
    Natuurlijk heb ik heerlijk even gezwommen de zeemeermin gevoed.
    Sorry het is een halve brief geworden … niet zo mooi als jullie schrijven Mosje en jij maar gewoon zoals ik het je zou vertellen

    • Hallo Linda,

      Lees ik het nu goed? Naakt gezwommen in de Bijbelbelt? Nou ja, in ieder geval gelukkig niet op zondag, dat scheelt een jaartje Hel en Verdoemenis 😉

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.