Engelman

Ik krijg een brief van lezeres Laura B. Ze schrijft dat ze in de verkeerde tijd is geboren en dat haar gedachten zwerven in het Engeland van de 19e eeuw. Ze leest boeken van Bulwer-Lytton en Harrison Ainsworth, bewondert schilderijen van Sophie Anderson en Frederic Leighton, en is bepaald niet feministisch. Ze maakt geen gebruik van haar stemrecht en eindigt de brief met het Victoriaans onderdanige “immer de uwe”.

De brief is geschreven om me te complimenteren met mijn verhaaltje over de ondergang van de Titanic en het gedicht van Jan Engelman dat ik daarin citeer.
Ik schrijf terug dat Engelman niet 19e-eeuws was en zich bewoog in literaire kringen van voor de Tweede Wereldoorlog. Volgens sommige katholieke critici hield hij er een losse seksuele moraal op na, onder meer vanwege de volgende fragmenten uit de bundel Tuin van Eros.

O bleeke heup, op bed gevonden
als horizon en heuvelkam,
o borsten, zachter neergewonden
dan donzen vogels, vleugellam –

Ik kuste de wreef, toen de fijne enkel:
haar schoot geurde wild als zo menig uur.
Maar zij trok het hemd weer over haar schenkel
en keerde zich zwijgende af, naar de muur.

Ik eindig mijn brief door te schrijven dat blijven hangen in de 19e eeuw niet getuigt van tegenwoordigheid van geest en dat ik blij ben dat ze uitstapte om Engelman te waarderen. Het is verstandig om bij de tijd te blijven.

illustratie van Hendrik Wiegersma in de bundel “Tuin van Eros” van Jan Engelman

Verstandhouding
Hooftstraat

Over MOSje.iS

MOSje.iS van alles wat en zelfs dat niet helemaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*