Duizend zintuigen

Lieve Mosje,

Ja! Die warmte is voelbaar, evenals de levenslust, de echtheid en het enthousiasme. Tweeëntachtig jaar afstand valt weg tegen de liefde die nog steeds tot in de tenen te voelen is.

Het raadsel van de poppekoppen intrigeert. Want hoewel ik vermoed dat de liefhebbende moeder de geschminkte gezichten van de nuffige Parisiennes die haar passeerden tijdens haar wandelingen bedoelde, dringt een andere associatie brutaal voor. Telkens als ik deze brief in jouw brief herlees. Dat doet taal. Het roept op wat onderop ligt.

Als kind maakte ik al poppen. Ik begon er echt vroeg mee. Hele kleine voddepopjes. Zodra mijn fijne motoriek zich voldoende had ontwikkeld werkte ik draadjes, propjes, kraaltjes, lapjes en stokjes om tot wezentjes. Ik raakte telkens opnieuw betoverd door mijn eigen schepsels. Die magie ervoer ik vooral zelf, hoewel mijn moeder tot op de dag van vandaag mijn vroegste hobby’s roemt. Maar dat is de dweepzucht van een liefhebbende moeder. Zo eentje als in de brief in jouw brief.

Van die poppen waren het met name de koppen waar zich mijn hunkering naar uitstrekte. En dan van die koppen: de gezichten. Want in het gezicht zit de ziel. Ik boorde mezelf door de tijd heen naar de kern van mijn fascinaties. Kleine voddepoppen met lodderige ledematen en ruggegraatloze rompen, kregen van mij steeds gedetailleerdere snuitjes. Uiteindelijk kleide ik alleen nog maar koppen. Het lijf bleef steeds vaker achterwege.

Die beweging vanuit het geheel naar het deel, het hóófdbestanddeel, liep parallel aan mijn eigen beweging. Mijn lichaam, dus lijf min hoofd, was lange tijd een weliswaar naar tevredenheid gevormd aanhangsel, maar niettemin: een aanhangsel. Niet alleen zat ik vast in een moeizame relatie die het uiterste vergde van mijn denkkracht, ook was er sprake van een moeizame relatie tussen lichaam en geest. Twee zwangerschappen en één kanker kostte het, om het denken vanuit de hemel naar beneden te laten druppelen, mijn lichaam in. Mijn denken moest mijn lijf in regenen.

Nog steeds zit ik vaak vast in mijn hoofd. Maar begin dit jaar had ik een droom waarin ik vanaf een klif een knal-heldere, diepe, groen-blauwe zee in viel. Ik werd opgenomen in die eindeloze oceaan, in een ander lichaam eigenlijk; ik voelde de grenzen tussen huid en water niet meer. Alsof ik oploste, wegviel tegen die massa, en tegelijkertijd uitdijde tot een groot voelend wezen. Uit de droom werd ik gelukzalig wakker. En sinds die droom heeft mijn lichaam er duizend zintuigen bij.

Lichaam wordt geest, wordt lichaam.

Je Anne

volgende
vorige

Over Anne Tjula

Anne Tjula is in een briefwisseling met MOSje.iS. Die wisseling is spannend, onderhoudend, met een knipoog, serieus, en soms ironisch. En geschreven om De Brief in ere te houden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*